Recht: rust en lengte
Bij recht leggen lopen alle planken in één richting, met de kopse naden onregelmatig verspreid. Het oog volgt de lange lijnen, waardoor een kamer langer lijkt. Leg de planken bij voorkeur in de richting van het meeste daglicht: dan vallen de naden het minst op.
Bij tegels betekent recht dat de voegen in beide richtingen doorlopen. Dat geeft een strak raster, vooral mooi bij grote vierkante formaten.
Halfsteens: een rustig ritme
Bij halfsteens verspringt elke rij precies een halve lengte. Het patroon is regelmatiger dan recht leggen en daardoor iets formeler. Bij rechthoekige tegels, zoals 60 bij 30 centimeter, is het een klassieke keuze.
Let op bij lange tegels: grote formaten kunnen in het midden licht gebogen zijn. Een vakman legt die vaak liever met een derde verspringing, zodat de randen netjes aansluiten.
Visgraat: karakter en beweging
Bij visgraat liggen korte delen haaks tegen elkaar in een V-vorm. Het patroon trekt de aandacht, geeft een kamer diepte en past zowel in een jaren-dertigwoning als in een strak nieuwbouwhuis. Visgraat werkt met korte formaten, zoals 60 bij 12 of 60 bij 15 centimeter, waarbij de lengte een veelvoud is van de breedte.
Visgraat vraagt meer tijd bij het leggen: elke rij moet haaks en recht worden uitgezet vanaf een middenlijn. Ook valt er meer zaagwerk aan de randen. Daar betaalt u voor in arbeid, maar u krijgt er een vloer met een eigen gezicht voor terug.
Kies het patroon bij de kamer
Een paar vuistregels om mee te beginnen:
- Smalle, lange kamer: recht leggen in de lengte maakt hem nog langer, visgraat breekt de lengte juist.
- Kleine kamer: rustige patronen en lichte kleuren laten de ruimte groter ogen.
- Doorlopende vloer door meerdere kamers: kies één richting en laat het patroon zonder drempels doorlopen.
- Veel meubels op de vloer: een rustig patroon voorkomt een druk geheel.


